Het onderzoek‎ > ‎

Lebuïnus

Waarmee begint de historie van Wilp?

We schrijven het jaar 2015. 
Het jaar waarin Wilp haar 1250 jarig jubileum viert.
Een 1250 jarig jubileum op basis waarvan?
Wat maakt dat Wilp 1250 jaar geleden op de kaart is gezet? Kortom, waarmee begint de historie van Wilp?



De historie van Wilp begint omstreeks het jaar 765 met de komst van Lebuïnus, een Angelsaksische missionaris die in de vroege middeleeuwen vanuit Engeland de oversteek maakt naar het Europese vasteland om daar het Christendom te verkondigen. Met name Willibrord, Bonifatius en Ludger kennen we allemaal uit de geschiedenisboekjes, terwijl Lebuïnus, samen met zijn helper Marchelmus, vooral regionaal bekend is geworden. De grote kerk in Deventer is vernoemd naar Lebuïnus. Maar ook de dorpskerk van Wilp is vernoemd naar deze heilige. Ook verder oostwaarts in ons land en in delen van Duitsland heeft Lebuïnus zijn sporen nagelaten. Dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis in de IJsselstreek is duidelijk maar wie was hij, waar kwam hij vandaan en vooral, wat deed hij hier? 
Angelsaksen
Na het vertrek van de Romeinse legers uit Engeland in het begin van de 5e eeuw, breekt er een roerige tijd aan. Engeland, onverdedigd achtergelaten, wordt vanaf het vasteland door verschillende Germaanse stammen binnengevallen en gaan er zich vestigen. Deze stammen, onder de verzamelnaam Angelsaksen, waren afkomstig uit het noordwesten van Duitsland en Nederland (de Angelen en de Saksen en mogelijk ook de Friezen en Franken) en uit Denemarken (de Juten).
Omstreeks 600 wordt er al het Christendom ingevoerd waarna de Angelsaksische predikers naar onze streken komen om de bevolking tot het Christendom te bekeren. Lebuïnus was zo’n Angelsaksische prediker.

Lebuïnus
Lebuïnus, geboren omstreeks 738 in het Engelse koninkrijk Northumbrië, kwam uit een rijke adelijke familie. De Latijnse naam Lebuïnus kreeg hij op latere leeftijd. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Liafwin, dat de betekenis had van ‘Lieve Vriend’. Zijn moedertaal was het Angelsaksisch of Oudengels waarmee hij zich later op het Europese vasteland prima verstaanbaar kon maken. Liafwin kreeg een opleiding aan de Kathedraalschool van York, een opleiding van zeer hoog niveau. Op zijn 15e stond al vast dat hij monnik wilde worden en rond zijn 30e leerde hij Ludger kennen die in 767 eveneens in York was voor zijn studie. In die tijd was het ideaal van vele kloosterlingen om naar het Europese vasteland te trekken en het Christendom te verkondigen onder de volkeren die nog niet bekeerd waren. Zo’n zwerftocht, ook wel perigrinatio genoemd, was niet zonder risico en werd soms zelfs met de dood bekocht. Driemaal over werd Lebuïnus in een goddelijk visioen geboden om in het land van de Saksen de bevolking te bekeren tot het Christendom, te beginnen in de IJsselvallei. De mogelijke gevaren weerhielden hem er niet van om ook te gaan missioneren in het land van de heidenen. Hij  maakt de oversteek vanuit Engeland om, zoals hem was verteld, zich eerst te melden in Utrecht bij abt Gregorius van de Sint Maartensabdij. Van de abt kreeg hij toestemming om, onder begeleiding van Marchelmus (Marcellinus), een oudere en ervaren monnik en vroegere leerling van de heilige bisschop Willibrord, in het grensgebied van de Saksen te beginnen met zijn prediking. Ze reizen af naar een plaatsje gelegen aan de westoever van de IJssel, genaamd Huilpa (Wilp).

Heiligenlevens
In die tijd was het gebruikelijk om een soort van biografie te schrijven over heiligen die door hun daden een belangrijke betekenis hebben gehad binnen de kerk. De verhalen werden wat mooier voorgesteld dan ze werkelijk waren. De hoofdpersoon werd geïdealiseerd en moest in alle opzichten voorbeeldig neergezet worden voor de lezer, aangevuld met de verhalen over de wonderen die zij verrichtten. Een dergelijke biografie over een heilige wordt een ‘hagiografie’, ‘heiligenleven’ of ‘vita’ genoemd.  

Gewelfschildering van Lebuïnus in
de Grote of Lebuinuskerk van Deventer.
In zijn linkerhand houdt hij het evangelie,
in de rechter een kruisstaf met kruisvaan.
Foto: Hervormde Gemeente Deventer


Gebrandschilderd raam in de Broederenkerk van Deventer.
Links zit abt Gregorius van Utrecht, voor hem geknield is Marchelmus,
die Lebuïnus zal vergezellen op zijn tocht naar de IJsselvallei.
Helemaal rechts staat Lebuïnus en naast Gregorius staat Ludger,
die Lebuïnus in York heeft leren kennen.
Gregorius geeft zijn zegen aan de missie-reis
van Lebuïnus en Marchelmus.