Stappenplannen leesvaardigheid

Stappenplannen

Stappenplan juist / onjuist vragen || wel / niet genoemd

1. Kijk naar plaatjes / titel / tussenkopjes

2. Waar gaat de tekst over? (bepaal de grote lijn)

3. Streep de alinea(’s) aan die je moet lezen.

4. Lees de beweringen. Zoek per bewering 3 kernwoorden.

5. Kom je 1 van de beweringen tegen? Streep aan in de tekst!

6. Kloppen ALLE elementen van de bewering? Dan juist

Tip voor als je er niet uit komt:

Staan er overdrijvingen (te, meest, altijd, nooit, ect.) in de stelling? Dan is de kans aanwezig dat de stelling onjuist is.

Stappenplan citeervragen

Allereerst:

1. Citeren doe je altijd in het Engels, omdat je letterlijk een stuk tekst overneemt.

2. Lees altijd goed HOE je moet citeren: een heel woord / een paar woorden / een deel van een zin / een hele zin.

Stappenplan:

1. Kijk naar titel, plaatjes en tussenkopjes.

2. Waar gaat de tekst over?

3. Lees de vraag. Meestal ben je op zoek naar specifieke informatie.

4. Ga op zoek naar waar je moet lezen in de tekst.

5. Streep signaalwoorden aan in de tekst. Bij signaalwoorden staan antwoorden.

6. Citeer dan het stuk tekst waar het antwoord in staat.

Stappenplan open vragen

Allereerst:

Antwoorden doe je altijd in het Nederlands

Stappenplan:

1. Kijk naar titel, plaatjes en tussenkopjes.

2. Waar gaat de tekst over?

3. Lees de vraag. Meestal ben je op zoek naar specifieke informatie.

4. Ga op zoek naar waar je moet lezen in de tekst.

5. Streep signaalwoorden aan in de tekst. Bij signaalwoorden staan antwoorden.

6. Formuleer een antwoord op de vraag. Verwerk de vraag in je antwoord.

Voorbeeld van goede formulering:

Vraag: Welke zekerheid heb je als je Tony Chocolonely chocola koopt?

Antwoord: je hebt de zekerheid dat de cacaoboeren een eerlijk loon krijgen.

Fout voorbeeld: eerlijk loon.

Stappenplan meerkeuzevragen

1. Bekijk titel (en intro), bekijk plaatje, waar gaat de tekst over?

2. Lees de 1e vraag, niet de gegeven antwoorden

3. Streep de alinea(‘s) aan die je lezen moet

a. Lees de aangestreepte tekst.

b. Markeer de signaalwoorden en (:)

4. Bedenk dan zelf een antwoord op de vraag

5. Lees dan pas de gegeven antwoorden.

a. Vaak zijn er één of twee onzin antwoorden, streep die weg.

b. Kijk welk antwoord het meest volledig is en het beste weergeeft wat er in de tekst staat. Je moet het antwoord terug kunnen vinden in de tekst, alleen in andere bewoordingen.

6. Twijfel je over twee antwoorden? Lees beide antwoorden goed door en ga dan terug naar de tekst.

Stappenplan gatentekst

1. Bekijk titel (en intro), bekijk plaatje, waar gaat de tekst over?

2. Lees de gegeven antwoordmogelijkheden. Zorg dat je weet wat ze betekenen!

3. Streep de alinea(‘s) aan die je lezen moet

a. Lees de aangestreepte tekst.

b. Markeer de signaalwoorden en (:)

c. Zijn de gegeven antwoorden signaalwoord? Lees dan zin er voor en zin er achter.

d. Geen signaalwoorden? Lees tot het gat, dan nog 1 zin. Die zin geeft je het antwoord à wat staat er in die zin? Zoek daar een passend antwoord bij.

4. Kies je antwoord.