De Vrienden‎ > ‎

Speerpunten

De vrienden van het Wijkerzand willen graag bevorderen dat het zwaarbevochten reglement van 1852 heden zoveel als mogelijk wordt nageleefd. Het reglement van 1852 vindt u onder Documenten op deze site of klik hier. 

Punt 1. Verkiezing schaarmeesters.

In het reglement van 1852 staat dat er jaarlijks twee schaarmeesters aftreden en eventueel herkiesbaar zijn. In de vergadering van 2003 is noodgedwongen overgestapt op het aftreden van 1 schaarmeester in verband met de tenaamstelling van de gelden. De tenaamstelling is inmiddels geregeld en dus geen reden meer om het aftreden van slechts 1 schaarmeester te rechtvaardigen. Wij pleiten ervoor om weer terug te gaan naar de verkiezing zoals voorgeschreven in het reglement; te weten: elk jaar twee schaarmeesters aftredend, en wel om de volgende redenen:
  • Reglementair dienen jaarlijks twee schaarmeesters af te treden (zie artikel 1). 
  • Daarnaast bepaalt het reglement dat het reglement zelf enkel kan worden gewijzigd in een buitengewone vergadering met een twee/derde meerderheid van stemmen (zie artikel 22) dit is echter nooit gebeurd. Bij het aftreden van slechts 1 schaarmeester zijn de verkiezingen derhalve niet reglementair gehouden en is het zittende bestuur niet rechtsgeldig gekozen. Dit moeten we niet willen, aangezien dan alle beheersdaden van het bestuur vernietigbaar zijn.
  • Onze voorouders hebben voor dit systeem gekozen om een gezonde doorstroming en democratie in het bestuur te bewerkstelligen. Ingeval zij hadden gekozen voor 1 aftredende schaargerechtigde dan hadden zij hoogstwaarschijnlijk een maximale zittingsduur bepaald Een te lange zittingsduur in een bestuur was immers ook al in 1852 ongewenst.
Wij pleiten er daarom voor om het reglement van onze voorouders te respecteren en weer uit te gaan van een verkiezing met twee aftredende en eventueel herkiesbare schaarmeesters.

Punt 2. De uitgifte van gebruiksrechten.

Het beheer van de schaarmeesters omvat mede als taak om de gebruiksrechten van het Wijkerzand op een rechtvaardige manier te verdelen onder belangstellende schaargerechtigden. Over de uitgifte van weidescharen is het reglement van 1852 zeer uitvoerig en gedetailleerd. De artikelen 4 tot en met 19 regelen de uitgifte van weidescharen.
Dit is zo uitvoerig geregeld omdat er rond de jaren 1850 grote onvrede was ontstaan over het tot dan toe gevoerde uitgiftebeleid. Zie hiervoor het pamflet van 1850 "Aan de Inboorlingen van Wijk".
 
De uit te geven gebruiksrechten bestaan nu uit weide scharen (dit gebeurt thans in de vorm van eenmalige pachtrechten), inscharing van schapen en de jachtrechten. Met name de laatste jaren is de uitgifte van de jacht een fel bediscussieerd onderwerp, doch ook de uitgifte van weidescharen geeft zo nu en dan de nodige discussiestof.
 
De laatste jaren (en we bedoelen dan de afgelopen drie decennia) zijn er nieuwe gewoonten ontstaan die de uitgifte van de gebruiksrechten ondoorzichtiger hebben gemaakt. Slechts een selecte groep schaargerechtigen weet nog hoe hij een gebruiksrecht aan kan vragen. En als hij dan al een gebruiksrecht aanvraagt weet hij niet hoe de toewijzing zal plaatsvinden.
 
Wij pleiten er daarom voor om de uitgifte van gebruiksrechten zoveel als mogelijk te regelen in de geest van het reglement van 1852. Uiteraard ontkomen we er dan niet aan om met het huidige tijdsgewricht rekening te houden.
 
Alles overziende is het aan te bevelen dat er een regeling wordt getroffen waarin elke belangstellende schaargerechtigde een naar objectieve maatstaven eerlijke, en niet te verwaarlozen, kans maakt op een gebruiksrecht. Ook dit zoveel mogelijk naar analogie van het reglement van 1852.
 
Een regeling waarin het voor zowel de schaarmeesters als de schaargerechtigden kenbaar en duidelijk is, wie, wanneer, en tegen welke condities en prijs aanspraak kan maken op een gebruiksrecht, waarin tevens duidelijk is op welke tijden de prijs wordt aangepast. Deze regeling zou er als volgt uit kunnen zien:
  • Periodiek; (eens per drie of eens per zes jaar) komen alle gebruiksrechten vrij en wordt er een inschrijfronde georganiseerd, waarbij alle schaargerechtigden in kunnen schrijven voor een gebruiksrecht (zie hiervoor ook artikel 17).
  • De inschrijvers dienen aan vooraf bepaalde kwalificaties te voldoen. Zo zal bijvoorbeeld een inschrijver voor een weide schaar conform de traditie agrarisch ondernemer moeten zijn. 
  • De prijs van het gebruiksrecht wordt op een marktconforme wijze tevoren per eenheid vastgesteld. Tevens worden tevoren de prijs herzieningsmomenten bepaald. 
  • Bij een teveel aan inschrijvingen beslist het lot, waarbij de laatste gebruikers niet mee loten, dan wel als laatste meeloten (zie hiervoor artikel 18). 
  • Ingeval een schaargerechtigde meent dat hem onrecht wordt aangedaan kan hij in bezwaar komen bij de schaarmeesters en eventueel in beroep bij de vergadering van schaargerechtigden (zie hiervoor artikel 7).

Een dergelijke regeling schept de nodige duidelijkheid en openheid over de uitgifte van gebruiksrechten. Zowel schaargerechtigden als schaarmeesters hebben dan een richtlijn waaraan zij zich hebben te houden.