Franse Akte

Geplaatst 12 nov. 2010 00:24 door Fam Drenth

De Franse akte 

Toen P. de Graaff, hoofd der school in ’t Zandt, eind 1887 naar Groningen vertrok, werd door de gemeenteraad in zijn vergadering van 24 september van dat jaar besloten dat de nieuw te benoemen hoofdonderwijzer niet in het bezit behoefde te zijn van een akte voor het geven van onderwijs in de Franse taal. Daar waren goede redenen voor. In de eerste plaats had zich in het afgelopen jaar niemand aangemeld voor de Franse lessen ondanks dat daartoe door burgemeester en wethouders tweemaal een oproep was gedaan. Daarnaast was een onderwijzer met Franse akte duurder. Voor een jaarwedde van f 850 gulden, een hoger bedrag liet de begroting nu eenmaal niet toe, zouden zich zeer waarschijnlijk geen sollicitanten met Franse akte aanmelden. Bovendien werd de openbare lagere school in ’t Zandt in hoofdzaak bezocht door kinderen uit de arbeidende stand, zodat het nut van Franse lessen zeer twijfelachtig was.

Tot zover is er geen vuiltje aan de lucht. Er wordt een oproep voor sollicitanten opgesteld die, zoals de procedures voorschrijven, ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de districtsschoolopziener te Groningen, de welbekende en zeer hooggeachte edelgestrenge Jhr. Mr. W.C.A. Alberda van Ekenstein.

In zijn brief van 26 september 1887 laat de jonkheer de gemeente weten bezwaar te maken tegen het besluit van de raad om de Franse akte niet meer als vereiste te stellen bij het oproepen van sollicitanten. Hij geeft de raad in overweging op dit besluit terug te komen.

Al op 4 oktober schrijft de gemeente een brief terug. De raad laat weten dat “geen termen zijn gevonden” om op het eenmaal genomen besluit terug te komen. De door de schoolopziener aangevoerde bezwaren acht de raad “zeer goed wederlegbaar”. Het argument van Alberda dat voor een dergelijk raadsbesluit goedkeuring nodig is van Gedeputeerde Staten, is volgens de gemeente nergens bepaald voorgeschreven. De gemeente wijst de schoolopziener nog eens op de hogere kosten van een hoofd der school met Franse akte. Het is misschien mogelijk sollicitanten te krijgen op een jaarwedde van f 850 gulden, maar de keuze zou zeer beperkt zijn. Bovendien zou een leerkracht met Franse akte zo spoedig mogelijk proberen een betere betrekking te krijgen, zoals ook met het vertrek van de heer De Graaff gebleken is. De jaarwedde op f 1000 gulden brengen, laat de gemeentebegroting “bij de vele uitgaven die het onderwijs reeds vergt” niet toe, terwijl een gedurige verandering van het onderwijzend personeel nadelig werkt op het onderwijs. Ten slotte wordt de geringe behoefte aan Franse lessen in de gemeente ’t Zandt nog eens onder de aandacht gebracht, waarna de gemeenteraad op grond van al het voorgaande de vrijheid neemt de conceptadvertentie ongewijzigd aan de heer districtsschoolopziener terug te zenden.

Veel schot zit er niet in de zaak en eind december is er nog steeds geen nieuw schoolhoofd benoemd, sterker nog, de oproep voor sollicitanten is nog steeds niet goedgekeurd en die goedkeuring is verder weg dan ooit. Bij onze edelgestrenge heer schoolopziener is een verzoekschrift ingekomen van zeventien ingezetenen van de gemeente ‘t Zandt waarin de wenselijkheid wordt uitgesproken dat de Franse taal aan de openbare lagere school wordt onderwezen. In zijn brief van 27 december betoogt Alberda dat het aanstellen van een hoofd der school zonder Franse akte tegen het financieel belang der gemeente is omdat dan, om aan de wens van de ingezetenen tegemoet te komen, later alsnog een afzonderlijk onderwijzer voor de Franse taal aangesteld zou moeten worden. Volgens Alberda wordt hij in zijn mening gesteund door de plaatselijke commissie van toezicht op het lager onderwijs in de gemeente ’t Zandt.

Ook Gedeputeerde Staten bemoeien zich er inmiddels mee. Zij zijn door de heer Alberda op de hoogte gebracht en geven de gemeente in overweging zich te voegen naar de wensen van de schoolopziener en, mocht die bereidheid er niet zijn, dan ik elk geval na te gaan hoeveel kinderen aan eventueel te geven onderwijs in de Franse taal zullen deelnemen.

Het antwoord van de gemeente maakt een strijdbare indruk. Van een verzoekschrift om het Frans te handhaven is bij raad of college niets bekend. Wel kwam er een verzoekschrift van ingezetenen van ’t Zandt die erop aandringen de Franse akte niet langer als vereiste te stellen. Dit verzoekschrift ligt inderdaad in het gemeentearchief. De veertien ondergetekenden hebben vernomen “dat deze zaak om nietigheden noodelooze vertragingen ondervindt”, en ze begrijpen niet waarom de schoolopziener “zoo krampachtig vasthoudt aan het stellen der fransche acte als vereischte.”

Uit het op verzoek van Gedeputeerde Staten ingesteld onderzoek naar de behoefte aan Franse lessen blijkt dat uit de gehele gemeente “slechts een elftal kinderen” hiervoor zouden worden opgegeven, waarvan er vijf of zes nog veel te jong zijn om te worden toegelaten terwijl bij het overige zestal nog kinderen zijn “wier stand in de maatschappij nimmer zal meebrengen dat zij eenig nut van ’t geleerde zullen hebben”, zodat het volgens de gemeente duidelijk is dat in ’t Zandt in het algemeen geen behoefte aan Franse lessen bestaat.

Het is natuurlijk allang een principiële kwestie geworden waarbij de gemeente het idee heeft dat zijn autonomie in het geding is. De zaak sleept zich nog enige tijd voort tot uiteindelijk de tussenkomst van de Minister van Binnenlandse zaken wordt ingeroepen. Deze is van oordeel dat een raadsbesluit tot uitbreiding of inkrimping van het onderwijs de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft zodat de gemeente niets anders rest dan zijn besluit tot weglating van de Franse akte aan GS voor te leggen die vervolgens op 8 juni 1888 laten weten dit besluit niet goed te keuren. In de raadsvergadering van 15 juni wordt met zeven tegen vier stemmen besloten niet bij de Koning in beroep te gaan en te berusten in de beslissing van het provinciebestuur. Op 27 augustus 1888, de vacature heeft dan 8 maanden opengestaan, wordt de heer J. Noordewier, onderwijzer te Scheemda, benoemd tot hoofdonderwijzer van de openbare lagere school in ’t Zandt. Of de heer Noordewier in het bezit is van de Franse akte, vertellen de stukken niet.

Comments