De Schout van 't Zandt

Geplaatst 11 nov. 2010 18:16 door Fam Drenth   [ 19 nov. 2010 04:29 bijgewerkt ]

Wie vermoordde de schout van ‘t Zandt?

 

In de avond van de dertiende april 1820 werd Hindrik Helperi Kimm, schout (burgemeester) van de gemeente ‘t Zandt, vermoord. Een opzienbarende gebeurtenis, er wordt immers niet iedere dag een burgemeester vermoord, en toen ik het verhaal bij toeval tegenkwam (in het archief van de gemeente Stedum vond ik een publicatie van de procureur-generaal van het hooggerechtshof in Den Haag waarin hij 300 gulden uitlooft aan degene die de dader kan aanwijzen) was mijn eerste gedachte dan ook dat het een bekende geschiedenis zou moeten zijn. Dit viel echter tegen. Alleen in het boerderijenboek van ’t Zandt wordt heel kort naar de moord verwezen.

 

Ook de schaarse archiefstukken van de gemeente ‘t Zandt uit deze periode geven geen uitsluitsel over de ware toedracht. Alleen in het overlijdensregister zijn sporen van de gebeurtenis terug te vinden. Op 15 april wordt Kimm ingeschreven in het overlijdensregister. De aangifte wordt gedaan door Elibertus Warmolts, de plaatselijke predikant, en Jan Albertus Cleveringa, landbouwer te Leermens en tevens gemeenteraadslid. De overlijdensakte vermeldt dat Kimm is overleden in het land bij het huis nummer 86 op ‘t Zandt.

 

In ‘t Zandt is het verhaal bij enkelen nog bekend. De heer J. Huizenga aldaar deed mij het verhaal toekomen zoals dat rond 1930 werd verteld door enige oude inwoners van ’t Zandt die het in hun jeugd rechtstreeks hadden gehoord van hun ouders, tijdgenoten van Kimm.

Hindrik Helperi Kimm (zijn naam wordt in sommige bronnen ook met één m geschreven) was landbouwer van beroep en woonde op ‘t Zandt. Hij wordt op 11 (of 14) februari 1773 geboren in Hellum als zoon van Marten Kimm en Clara Kuen. Hij trouwt op 23 november 1799 met Anje Derks Smit in Hellum en in hetzelfde jaar vertrekken ze naar ’t Zandt. Ze krijgen zes kinderen waarvan er twee in leven blijven. Anje Derks overlijdt in april 1813 en op 22 juni 1814 hertrouwt Kimm met Martjen Rengers met wie hij drie kinderen krijgt. In hetzelfde jaar 1814 wordt hij benoemd tot schout (zoals de burgemeester in die dagen werd genoemd) van de gemeente ‘t Zandt. De combinatie landbouwer/schout (of burgemeester) was in die dagen in de provincie Groningen zeer gebruikelijk.

 

Kimms landbouwbedrijf van ongeveer 30 ha. groot stond aan de Omtadaweg. (tegenwoordig nr. 4) Ruim de helft van zijn bedrijf lag ten noorden van het Zandtster maar en om daar te komen beschikte hij over een particuliere til tegenover zijn huis.

 

Op donderdag 13 april 1820 kreeg Kimm een heftige ruzie met een groep werklieden die bezig was met het hergraven van het maar. Waar de ruzie over ging is niet bekend. Of het een particuliere aangelegenheid was of dat hij er in zijn hoedanigheid als schout bij betrokken was, het is niet meer te achterhalen.

 

Die avond was Kimm aanwezig bij een raadsvergadering. Het verslag van deze vergadering is in het archief van de gemeente bewaard gebleven. Er stond slechts één punt op de agenda: de benoeming van de uit Appingedam afkomstige H.J. van der Werf tot gemeenteontvanger.

 

Na afloop van de vergadering bood de veldwachter aan Kimm naar huis te begeleiden. Deze had kennelijk vernomen van het conflict met de maargravers en wilde het zekere voor het onzekere nemen. Kimm sloeg het aanbod af. Hij had een best mes bij zich om zich eventueel te kunnen verdedigen en vond politiebegeleiding niet nodig.

 

Kimm liep door de Oosterstraat en over het pad naar het balkje over het maar. Bebouwing was hier in die tijd nog schaars. In het land achter zijn huis werd hij opgewacht door de maargravers. De ruzie werd voortgezet en burgemeester Kimm is met het hoofd naar beneden in de moddersloot terechtgekomen. Deze val heeft hij niet overleefd. De volgende ochtend werd hij gevonden met de benen omhoog.

 

De dader of daders zijn nooit gevonden. Bij het hergraven van het maar was waarschijnlijk een groot aantal werklieden betrokken en kennelijk was het niet mogelijk uit deze groep de schuldigen aan te wijzen. Veel vragen rond deze moord blijven daardoor onbeantwoord: wat was de oorzaak van het conflict, hebben de maargravers Kimm bewust opgewacht of kwamen ze hem toevallig tegen, was het moord met voorbedachte rade of belandde Kimm min of meer per ongeluk in de moddersloot?

 

In het gemeentehuis van Loppersum wordt nog steeds de sabel van burgemeester Kimm bewaard, een sabel die hij op die noodlottige avond niet bij zich droeg. Wellicht was het dan anders gelopen.

 

(Dit artikel kwam tot stand met behulp van gegevens van de heer J. Huizenga te ’t Zandt en mevrouw A.J. Evers-Kalk te Eenrum)

Comments