Armbestuur 't Zandt

Geplaatst 12 nov. 2010 00:19 door Fam Drenth

Waarom het armbestuur van ’t Zandt moest worden uitgebreid

In alle gemeenten waren gedurende de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw zogenaamde burgerlijke armbesturen actief. Het was de taak van deze instellingen in samenwerking met de kerkelijke diaconieën te voorkomen dat de armen en behoeftigen van de honger zouden omkomen of, nog erger, door de armoede gedwongen uit stelen zouden gaan. De leden van de burgerlijke armbesturen werden benoemd en ontslagen door de gemeenteraden.

Het burgerlijk armbestuur in de gemeente ’t Zandt bestaat tegen het einde van de 19de eeuw uit de leden Pieter Nieborg uit ’t Zandt, Ties Dijk uit Zijldijk en Pieter Burema uit Leermens. In tegenstelling tot veel andere armbesturen zijn de notulen van het armbestuur van ’t Zandt voor een groot gedeelte bewaard gebleven zodat we precies kunnen nagaan wat er in de vergaderingen wordt besloten. Op 23 februari 1894 wordt een drukke agenda afgewerkt. Zo worden aan de weduwe Tobbe 200 turven verstrekt, krijgt de weduwe van Dijk drie el Egyptisch bever (wat dat ook moge zijn) en krijgt Alje Doorn te Kolhol een brood en 50 cent per week. Aan de weduwe Bulthuis wordt een stel klompen verstrekt en het lid Burema krijgt de opdracht te onderzoeken of zij misschien ook een rok en een wollen schort nodig heeft en zo ja, deze aan te schaffen. Het verzoek van de weduwe van der Heen om 200 turven wordt afgewezen. De weduwe Bakker te Zijldijk krijgt een halve brood per week “doch geen gort”. Het moet niet te gek worden natuurlijk.

Zo gaat dat vergadering na vergadering, jaar in, jaar uit. De armenzorg in de gemeente ’t Zandt lijkt uitstekend geregeld. De organisatie loopt gesmeerd en de behoeftigen worden op hun wenken bediend. Geen vuiltje aan de lucht, zou je denken.

Toch is niet iedereen tevreden. Op 1 maart 1900 komt ontvangt de gemeenteraad een schrijven van het “Centraal Bestuur van de kiesverenigingen Zeerijp-Eenum en Leermens-Oosterwijtwerd”, waarin wordt betoogd “dat een goede armenverzorging voor eene gemeente van het hoogste belang is; dat een armbestuur van drie leden in eene gemeente als ’t Zandt, met den besten wil en hoe ijverig ook, nooit volkomen goed de geleden ellende kan kennen; dat dientengevolge menigmaal klachten over de armenverzorging worden vernomen; weshalve adressanten zich tot u richten met het beleefd doch dringend verzoek om een armbestuur te benoemen, bestaande uit zes personen, en wel zóódanig gekozen, dat ook de zes dorpen der gemeente hierin vertegenwoordigd zijn”.

Het verzoek is duidelijk, de indieners van het verzoek blijven enigszins gehuld in nevelen. Kiesverenigingen waren in vele dorpen en steden actief. Het waren clubs van politiek gelijkgezinden die probeerden invloed uit te oefenen bijvoorbeeld door het voordragen van personen voor een plek in de gemeenteraad, de provinciale staten of de Tweede Kamer. Ze kunnen beschouwd worden als de voorlopers van de politieke partijen. Van sommige kiesverenigingen is het archief bewaard gebleven, van de kiesverenigingen Zeerijp-Eenum en Leermens-Oosterwijtwerd is dat, voor zover mij bekend, niet het geval, zodat we omtrent oprichting, leden of politieke kleur in het ongewisse blijven. Uit de brief kunnen we slechts opmaken dat men zich kennelijk het lot van de behoeftige klasse aantrekt. Voor aanvullende informatie hou ik mij uiteraard van harte aanbevolen.

Bovengenoemde brief is slechts in afschrift bewaard gebleven in de notulen van de gemeenteraad van 23 maart 1900 en hieruit blijkt dat de brief was ondertekend door de heer N.E. Smit, voorzitter en negen anderen. Volgens het bevolkingsregister van ’t Zandt hebben we hier zeer vermoedelijk te maken met Nanko Eltje Smit, landbouwer te Oosterwijtwerd. De negen anderen blijven onbekend.

Hoe dan ook, de raad besluit de brief in handen te stellen van het Burgerlijk Armbestuur om advies. In de raadsvergadering van 19 april komt de zaak opnieuw aan de orde. Het Burgerlijk Armbestuur heeft laten weten dat het “zich van advies wenscht te onthouden”. Wel is er nog een brief ingekomen van de Werklieden Vereeniging Eendracht waarin het verzoek van de kiesverenigingen wordt ondersteund en waarin de hoop wordt uitgesproken “dat daarop een gunstige beschikking moge vallen”.

Burgemeester Venhuizen is tegen inwilliging van het verzoek dat volgens hem zijn grond vindt in wantrouwen tegenover het armbestuur. “Er wordt beweerd dat de armverzorging te wenschen overlaat”. Inwilliging van het verzoek zou “ten opzichte van het armbestuur gevolgen hebben die de zaak meer kwaad dan goed zal doen”. Mocht het verzoek toch worden ingewilligd dan zou de burgemeester, die beseft dat hij in deze aangelegenheid geen medestanders heeft, er prijs op stellen dat nadrukkelijk werd vermeld dat de raad “de handelingen van het armbestuur geenszins partijdig vindt, doch die handelingen ten zeerste op prijs stelt”.

Het raadslid Huizinga is het volledig met de burgemeester eens. Hij is voor uitbreiding maar in het te nemen raadsbesluit moeten “de ijver, de toewijding en de onpartijdigheid welke het armbestuur heeft getoond” met nadruk worden genoemd. Een voorstel van die strekking wordt vervolgens met algemene stemmen aangenomen.

Het Burgerlijk Armbestuur van de gemeente ’t Zandt bestaat sindsdien uit zes personen zodat elk dorp vertegenwoordigd is. Voor ’t Zandt wordt benoemd de heer P. Offringa, voor Zijldijk de heer J. van den Berg, de heer P. Huizinga wordt benoemd voor Zeerijp, voor Leermens de heer P.T. Burema, voor Eenum de heer E. Mulder en ten slotte voor Oosterwijtwerd iemand die we al eerder waren tegengekomen, de heer N. Smit, tevens voorzitter van het centraal bestuur van de kiesverenigingen Zeerijp-Eenum en Leermens-Oosterwijtwerd. Of de behoeftigen nu in het vervolg beter af zijn, zou ik niet durven zeggen.
Comments