Basis technieken‎ > ‎

Positie van de tong

Een juiste positie van de tong vergemakkelijkt het zingen enorm!
Als je tong (te) plat of teruggetrokken in de mond ligt zal dat veel spanning creëren en het strottenhoofd omlaag duwen. 
Daarnaast zal een teruggetrokken tong de keelholte te veel vullen waardoor je resonans verliest.




Op onderstaande tekening zie je het strottenhoofd (4) met het strottenhoofd (3) dat bij veel mannen goed zichtbaar is. Onder het strottenhoofd begint de luchtpijp (8).
Je kijkt in deze tekening dus schuin tegen de voorkant van het strottenhoofd aan.
 
Boven het strottenhoofd (4) zit nog een bot; het tongbeen (9).
De tong zit aan dit bot vast. De tong is dus groter (beter gezegd: veel dikker!) dan het stuk dat je in je mond kunt zien liggen!
 
 
Zodra je de tong naar achteren trekt zul je voelen dat je daarmee ook direct het strottenhoofd omlaag duwt.
Let dus op dat tijdens het zingen de tongpunt bij het zingen van klinkers (aa, ee, ie, oo, oe, etc) ALTIJD de ondertanden raakt! Het puntje ligt als het ware tegen de wortels van je ondertanden aan.
Uiteraard zal de tongpunt omhoog bewegen als er bepaalde medeklinkers gezongen moeten worden (d, l, n, r, s, t, z) maar zal daarna weer terugkeren naar de ondertanden!
 
 

De Amerikaanse zangdocent David L. Jones' article heeft een interessant artikel over de tong geschreven. Zeker het lezen waard!
  
Sommige klinkers zijn 'gevaarlijker' dan anderen. Op de doorsnedes hier links kun je zien dat bij de AA de tong afgeplat wordt. 
Het gevaar is dat de tong té plat wordt gemaakt waardoor er druk op het strottenhoofd ontstaat. Het plaatje van de tong die een i maakt is voor het zingen veel gunstiger; de tong ligt flink naar voren, er is veel ruimte in de keel en de tong komt omhoog. De kans dat er druk op het strottenhoofd komt is dus veel kleiner! 
Het laatste plaatje (U/OU) is de tongpositie van de OE. De achterkant van de tong komt omhoog, wat gunstig is voor de klank. Het gevaar van de OE is dat de tong te ver naar achteren wordt getrokken en de keelholte (=klankkastje!) verkleint.
 
Welke klinkers de meeste problemen geven hangt af van de motoriek van de zanger.
Niet iedereen maakt de klinkers op dezelfde manier en is afhankelijk van je spreekgewoontes.
Het doel is om de klinkers waarbij de tong (te veel) naar beneden of naar achteren beweegt getraind om met een meer naar voren gerichte en minder platte tongpositie uit te spreken. De zangstem kan dan optimaal gebruik maken van een ruime klankkast en een strottenhoofd dat in neutraalpositie blijft.
 
De NG-klank is een goede manier om de tongpositie te trainen:
 
Zeg of zing het woord "MING" en laat de NG doorklinken; MINGNGNGNGNG. 
Zing al neuriënd op "NG" een melodie. Let op dat je niet probeert om de klank 'mooi' te laten klinken! Probeer ook geen volume te maken of te 'duwen' op de stem! Het enige belangrijke is dat het neuriën zonder moeite en vloeiend gaat. Now sing a song and replace the text for a humming "NG". Je kunt het idee krijgen dat je stem heel dun klinkt, als een piepende muis. Zolang het zonder moeite gaat is het goed.
Als je het gevoel van een glimlach of binnenpretje toevoegt aan het neuriën zal het nog beter gaan!
Deze neurie oefening traint niet alleen de positie van de tong maar ook het zingen op dunne stembanden en het beheersen van ademsteun. 

Een andere manier om een weerbarstige tong te temmen is door met de achterkant van de tong contact te maken met de bovenkiezen. Het uitspreken van tekst wordt dan wat lastig maar je kunt heel goed voelen wanneer de tong naar achteren of beneden wil trekken.