M

maaë, maauë   mouw ...
maaëvauëre   mouwveger, slijmerd ...
maaikes, moakes   made (om te vissen, zat meestal in rottend vlees)
mannemens   man ...
mannevolk   de mannen (algemeen) ...
mauë   maag ...
medaulde   medaille ...
meelm(e)   houtworm ...
melktingel(e)   dovenetel ...
merlòn - merreleere   merel ...
mesánd'n  hinderen, niet passen.... ("mesand (h)et nie da'k ne kieër afkome ?" = geeft het niet dat ik eens op bezoek kom ?) - komt van oudvlaams "mishanden", ook in zeeuws-vlaanderen gebruikt...
mesleune(n) (brood)   masteluinen (brood), gemaakt van half rogge-, half tarwemeel ...
messink   mesthoop op de boerderij ...
meulekes   draaimolens op de kermis ...
meuzee (meuzeeroomke)   mug (muggenraampje, hor) ...
mijt au wig !   ga uit de weg ...(ook als antwoord op iets wat men niet gelooft)
mís   meers, weide ...
moand-moond   maand ...
moarbels   knikkers ...
morr'n - maarr'n   morgen ...
murken   fluitketel ...
muilentrekker   1.zuurtje 2.leugenaar,vleier ...
muizelirre   kneutje (vogel) ...
mussenijzer(e)   vogelklem ...
muuëssen   morsen ...

Ć
maa-e.mp3
(292k)
Marc Van Den Broecke,
22 feb. 2016 08:10
Ć
muu-esen.mp3
(187k)
Marc Van Den Broecke,
22 feb. 2016 08:10