Science Magazine : 22 september : XRMV- geen bevestiging voor CVS-patiënten

SCIENCE MAGAZINE:  22 september 2011 (online): Failure to Confirm XMRV/MLVs in the Blood of Patients with Chronic Fatigue Syndrome: A Multi-Laboratory Study
 
 

Samenvatting :

Murine leukemie virussen (MLV), inclusief xenotropic –MLV-related virus (XMRV), zijn controversieel gekoppeld aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Om dit verder uit te diepen werden er nu  uit gecodeerde identieke bloedmonsters samengest van 15 proefpersonen  die vooraf XMRV/MLV-positief  getest werden (14 CVS-patiënten)  en van 15 gezonde donoren die voorheen negatief testten op XMRV/MLV.  Deze bloedmonsters werden door middel van een “blind study” verdeeld over negen laboratoria die tests uitvoerden met als doel XMRV/MLV nucleïnezuren, virusreplicatie en antilichamen op te sporen. Slechts 2 laboratoria rapporteerden bewijs voor aanwezigheid van XMRV/MLV. Maar, de resultaten op gerepliceerde stalen waren uiteenlopend, en de reactiviteit was gelijkaardig bij CVS patiënten en negatieve controlepersonen.  Deze resultaten zijn een aanwijzing dat de huidige tests XMRV/MLV niet op een reproduceerbare manier kunnen opsporen in bloed, en dat bloeddonorscreening niet aangewezen is.

 

(vertaald uit het Engels)

 

Bron: http://www.sciencemag.org/content/early/2011/09/21/science.1213841

 

 
In december 2009 hebben het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid en de National Heart, Lung, and Blood Institute een werkgroep opgericht om te onderzoeken of XMRV een gevaar is voor de bloedvoorziening (Blood Working Group).

Het onderzoek bestond uit verschillende fasen en gisteren (22 september 2011)heeft de werkgroep een studie van Phase III gepubliceerd in het vakblad Science Express. Phase III was bedoeld om de klinische sensitiviteit en selectiviteit te bepalen van de XMRV bepalingsmethoden van de deelnemende laboratoria. Met andere woorden, in welke mate zijn de laboratoria in staat om XMRV aan te tonen in positieve monsters en juist niet aan te tonen in negatieve monsters.

In totaal deden negen laboratoria mee aan deze studie en gebruikten daarbij gezamelijk 19 bepalingsmethoden (PCR, antistoffen, cell-culture). Er is een panel gemaakt met daarin 5 monsters die eerder in de Lo/Alter studie positief waren bevonden, 10 monsters die eerder door het WPI positief waren bevonden (waaronder 6 uit de originele studie van Lombardi et al.), 3 negatieve monsters van laboratoriummedewerkers en 12 negatieve monsters van gezonde bloeddonoren. In totaal dus 15 positieve en 15 negatieve monsters. Bovendien werden drie monsters toegevoegd die men positief had gemaakt door ze te besmetten met XMRV uit een besmette cellijn. Deze monsters diende als positieve controle, dus om vast te stellen of de bepalingsmethoden überhaupt wel in staat waren om XMRV te detecteren. Alle monsters zijn centraal verzameld en verwerkt en vervolgens blind naar de deelnemende laboratoria verstuurd.

De resultaten liegen er niet om. Slechts twee laboratoria waren in staat XMRV/MLV aan te tonen in patiëntenmonsters en monsters van gezonde bloeddonoren; het WPI en het laboratorium van Ruscetti (NCI). Alle andere laboratoria, inclusief die van Alter/Lo wist XMRV/MLV alleen aan te tonen in de positieve controlemonsters. Het WPI en het NCI laboratorium toonde XMRV/MLV in gelijke mate aan in patiëntenmonsters en monsters van gezonde bloeddonoren. Bovendien zijn alle monsters meerdere keren gemeten en kon het resultaat niet worden gedupliceerd; monsters die positief testten waren bij herhaalde meting negatief en andersom. Daar komt nog eens bij dat het XMRV uit de positieve monsters grote gelijkenis vertoonde met XMRV uit de cellijn. Met andere woorden, de resultaten waren een rommeltje en men kon niet met zekerheid zeggen welk monster ook echt positief was.

Door deze ontwikkelingen zal de werkgroep geen Phase IV uitvoeren. De conclusie luidt dat XMRV geen gevaar is voor de bloedvoorziening.

 

© ME/CVS in België - 2011

 

 

 CheckStat