Anthyllis vulneraria / Wondklaver

ANTHYLLIDE VULNERAIRE Anthyllis vulneraria L. Légumineuses

Cette légumineuse à fleurs jaunes en têtes volumineuses abonde en bier des pâtures de nos Alpes pouvant monter jusque vers 3 000 mètres dans les pelouses rocailleuses de l'étage alpin.
C'est une très bonne herbe fourragère connue en de nombreux lieux sous des noms vernaculaires. La plante renferme du tanin, des saponines du mucilage et un colorant jaune qui se manifeste en infusion. L'Anthylliae est par conséquent astringente, tonique, vulnéraire et dépurative. Les fleurs sont demandées en quantité dans le commerce : il faut les récolte-de mai à septembre et les faire sécher rapidement à l'ombre, dans un loca aéré. Elles entrent dans les mélanges dépuratifs du genre Thé suisse, The Chambard, etc. On les emploie en infusion, mais également, à l'état pilées fraîches, en cataplasmes pour hâter la cicatrisation des plaies ou des contusions, d'où le nom de vulnéraire donné à la plante au moins depuis e XVIe siècle (Jean Bauhin, «Historié Plantarum Universalisa, Tome i p. 362, édition de 1651).

Foto. Maurice Godefridi. Wondklaver tijdens onze kruidenstage in de Alpen.


Wondklaver

Beschrijving
Uit de verte lijkt het wel alsof men een zee van geeloranje bloesems heeft ontdekt die boven krachtig-groene geveerde bladerkransen zweven. Van dichtbij bekeken zijn de bloemen eigenlijk geel en worden, als ze uitgebloeid raken, sinaasappelbruinachtig. De stelen van de 15 tot 35 cm hoog wordende wondklaver zijn vaak liggend, maar gaan ook vaak loodrecht omhoog en laten dan van april tot juni hun in hoofdjes staande gele vlinderbloemen zien. Opvallend is dat de hele plant zijig behaard is. De kalkminnende plant komt voor op braakliggende grond en klavervelden, wegranden en zonnige hellingen, maar nooit op plaatsen waar de grond te rijk is aan mest. Een bijzonderheid van wondklaver is de grote variatie in het uiterlijk; dit is afhankelijk van de groeiplaats en is een uitdrukking van het grote aanpassingsvermogen van de plant. 

Herkomst 
Oorspronkelijk is de wondklaver afkomstig uit Zuid-Europa, maar inmiddels is het verspreidingsgebied uitgebreid tot heel Europa, West-Azië, Noord-Afrika en Amerika. 

Inhoudsstoffen 
Kleine hoeveelheden saponinen en looistoffen, xanthophyl, kleurstof. 

Toepassing 
Zoals zijn naam al aangeeft wordt de wondklaver in de volksgeneeskunde gebruikt voor de behandeling van wonden. Bovendien wordt wondklaver soms gebruikt in hoestthee, bij de behandeling van keelontstekingen, en bij het reinigen van het bloed. In het algemeen stimuleert hij de uitscheidingen van het lichaam. 

Wetenswaardigheden
De naam 'wondklaver' is afgeleid van het uiterlijk en het gebruik van de plant: anthos = bloesem, ioulos = baard en vulnus = wond vormen samen 'een voor de behandeling van wonden bruikbare behaarde bloeiende plant'. 
De wondklaver werd vermoedelijk pas in de loop van de 16e eeuw in Duitsland van belang en werd in de volksgeneeskunde gewaardeerd als geneeskrachtige plant voor wonden. 
De rups van de kleinste vlinder van Duitsland, het dwergblauwtje (Cupido minimus) gebruikt de wondklaver overigens als gastheer. De rupsen eten alleen wondklaver en blazenstruik. Ook wilde bijen waarderen de wondklaver als vindplaats van nectar. 

De plant antroposofisch bekeken.
De krachtig opstijgende en zich uitbreidende groei van de wondklaver is uitdrukking van zijn grote vegetatieve kracht. Deze kracht werkt versterkend op het gewonde menselijk organisme. De wondklaver woekert echter niet, maar toont een verfijnde vorm. De wondgenezing stimulerende kracht van de plant schiet daarom niet door, maar is uitgebalanceerd, fijn regulerend. Ook de veelvormigheid van de wondklaver is uitdrukking van zijn regulerende kracht: zoals de plant zich aanpast aan verschillende uiterlijke omstandigheden, zo helpt hij ook de verschillende soorten huidbeelden zich te ontwikkelen in de richting van een uitgebalanceerd, gezond huidbeeld. De zich in evenwicht bevindende groei, als het ware een uitdrukking van de balans tussen afbraak- en opbouwprocessen, wordt overgedragen op de huid, versterkt de weerstand ervan tegen afbrekende invloeden vanuit het milieu en remt de veroudering. Een evenwicht tussen de afbraak- en opbouwprocessen in de hoornlaag bewerkstelligt daarnaast een verfijning van de huid, die merkbaar zachter wordt.






Chem Biodivers. 2020 Oct;17(10):e2000485. doi: 10.1002/cbdv.202000485. Epub 2020 Sep 21.
Comprehensive Phytochemical Characterization of Herbal Parts from Kidney Vetch (Anthyllis vulneraria L.) by LC/MS n and GC/MSPeter Lorenz 1, Marek Bunse 1, Iris Klaiber 2, Jürgen Conrad 3, Tino Laumann-Lipp 1, Florian C Stintzing 1, Dietmar R Kammerer 1

Extracts of kidney vetch (Anthyllis vulneraria L.) are becoming increasingly interesting as ingredients for the health and cosmetics industry. However, comprehensive phytochemical investigations of this plant are scant in the literature. Thus, the aim of the present work was an in-depth characterization of semi-polar constituents from A. vulneraria. To capture a broad spectrum of compounds, the aerial parts of A. vulneraria were extracted with EtOH/water and the resulting crude extracts fractionated by partition between AcOEt and BuOH. Secondary plant metabolites were analyzed by HPLC-ESI-MSn and GC/MS. In a fraction obtained from the BuOH extract via Amberlite® XAD-7 purification glycosides of kaempferol, quercetin, isorhamnetin and rhamnocitrin were detected by LC/MSn , besides flavonoids acylated with meglutol (3-hydroxy-3-methylglutaric acid), acetic and ferulic acids. Moreover, aglycons were analyzed in extracts after 1 N HCl hydrolysis and derivatization with BSTFA. GC/MS analysis of the hydrolysates revealed the incidence of compounds like meglutol, OH/OMe-substituted benzoic acids, ferulic and fatty acids, flavonoids, sugars and the triterpenoid medicagenic acid. Furthermore, a hemolytic activity was detected in the AcOEt extract using a blood-agar assay, and this was ascribed to the occurrence of saponins. In a saponin fraction, obtained from the AcOEt extract by chromatographic purification, two main saponins were characterized by LC/MSn and HR-ESI-MSn . A pure sapogenin could be isolated via VLC and CC purification upon acid hydrolysis of the saponins and assigned to saikogenin D by NMR analysis.

Comments