Achillea ptarmica

De Wilde bertram, Achillea ptarmica L., hoort tot de Composietenfamile. De soort is nauw verwant aan Duizendblad, Achillea millefolium, en de bloeiwijze lijkt dan ook veel op die van Duizendblad. Maar opvallend is de volstrekt andere bladvorm. Is die bij Duizendblad 2-3 voudig veerdelig waardoor het blad bestaat uit een heel groot aantal fijne slipjes, waaraan die soort ook de naam dankt, bij de Wilde bertram hebben we te doen met ongedeelde "normale" bladeren. Deze ongedeelde bladeren hebben een scherp gezaagde rand, soms zelfs dubbel gezaagd en de bladeren zijn van boven kaal.

De bloeiwijzen zijn ook verschillend van die van Duizendblad, maar die verschillen zijn veel kleiner en minder opvallend. Het aantal hoofdjes in de bloeiwijze is in vergelijking met Duizendblad beperkt tot zo'n 10 per bloeiwijze, maar die hoofdjes zijn wel groter, wat tot uiting komt in de afmetingen: het omwindsel is wel 1 cm breed. Het aantal lintbloemen in een hoofdje is ook dubbel zo groot, circa 10 en de linten zijn zo'n 5 mm lang en ook wat breder. De in het midden van het hoofdje staande buisbloemen zijn lichter van kleur: wit tot geelachtig.

De bloeitijd van de Wilde bertram is korter dan die van Duizendblad en beperkt tot de periode juli-september. De soort is minder algemeen dan Duizendblad en de aantallen lijken enigszins terug te lopen. Je vindt de soort op natte standplaatsen en een matig voedselrijke bodem langs waterkanten en in grasland. Soms tref je beide verwante soorten samen aan. 

De sterk uitgebreide ondergrondse uitlopers en wortelstokken kunnen goed tegen de schurende werking van water. Daardoor staat Wilde bertram vaak als begeleider van rivieroevers op standplaatsen, die zo nu en dan overstroomd worden. De soort komt dan ook voor tussen stenen van beschoeiingen, en in ruigten op zandige en kleiige rivieroevers.

De naam Bertram is mogelijk afkomstig van de mythische figuur Perchta, leidster van het 'wilde heir', een groep van ongedoopte kinderzielen, die zij begeleidde op hun dooltochten. Alleen is het niet duidelijk wat deze wijze vrouw met de plant te maken had.
Deze bertramnaam kan ook een verbastering zijn van de Middeleeuwse naam voor deze plant 'piretrum'.
Een derde, meer realistische mogelijkheid is, dat het uit het Oud-Duitse woord 'berchtram' ontstaan is, wat vuurwortel betekent. De wortel smaakt scherp zoals Jan Yperman in 1310 al vertelde 'die wortel is lanck, ende brandende op den tonghe'. Hij werd dan ook tegen tandpijn ingezet, als ontsmettend en pijnstillend middel maar ook om te gebruiken vooraleer je naar de tandarts gaat,'piretrum' in azijn getrokken, ende gestreken tussen de tanden ende het tandvlees, dit doet de tant so wankelen dat hi goet is uit te halen'.

De Latijnse naam Achillea ptarmica, van het Griekse ptarmusthai en van ptarmos, verwijst weer naar de niesverwekkende werking. Ook de Engelse naam Sneezewort, sneezeweed geeft hezelfde neusprikkeld effect aan en de Franse naam, Achillée sternutatoire verwijst naar zijn gebruik als snuifmiddel, als sternutatorium, zoals dat deftig in de apothekersboeken vermeld werd.

Uit de geschiedenis kennen we dus vooral 2 medicinale werkingen van Wilde bertram: pijnstillend, verdovend bij tandontstekingen en als snuifpoeder slijmoplossend en slijmuitscheidend.

Hedendaags
Wilde bertram wordt nu niet meer gebruikt, maar zijn prikkelend en verdovend effect is in de praktijk genoeg bewezen, deze werking doet mij sterk denken aan het effect van Rode zonnehoed bij tandontstekingen. Deze Echinacea purpurea is ook botanisch nauw verwant aan Achillea ptarmica. Zou onze Wilde bertram dezelfde ontstekingswerende en immuunversterkende werking kunnen hebben? En inderdaad in de plant werden alkylamides gedetecteerd, dezelfde stoffen die ook rode zonnehoed zijn werkzaamheid geven.



Antiprotozoal Activity of Achillea ptarmica (Asteraceae) and Its Main Alkamide ConstituentsJulia B. Althaus 1 , Marcel Kaiser 2,3, Reto Brun 2,3 and Thomas J. Schmidt 1,*
 Institut für Pharmazeutische Biologie und Phytochemie (IPBP), University of Münster, PharmaCampus,
Corrensstraße 48, Münster D-48149, Germany; E-Mail: julia.althaus@uni-muenster.de
Swiss Tropical and Public Health Institute (Swiss TPH), Socinstraße 57, Basel CH-4002, Switzerland;
E-Mails: Marcel.Kaiser@unibas.ch (M.K.); Reto.Brun@unibas.ch (R.B.)
University of Basel, Petersplatz 1, Basel CH-4003, Switzerland
† Part of Thesis. A preliminary account on this work has been published in abstract form (Planta Med.
2013, 79, 1129).
Abstract: In the course of our ongoing screening of plants of the family Asteraceae for antiprotozoal activity, a CH2Cl2-extract from the flowering aerial parts of Achillea ptarmica L. (sneezewort yarrow) was found to be active in vitro against Trypanosoma brucei rhodesiense (IC50 = 0.67 µg/mL) and Plasmodium falciparum (IC50 = 6.6 μg/mL). Bioassay guided fractionation led to the isolation and identification of five alkamides from the most active fractions. Pellitorine and 8,9-Z-dehyropellitorine are the main components of the extract.
Beside these olefinic acid amides, four alkamides with diene-diyne structures were isolated. All alkamides were tested for antiprotozoal activity in vitro. Pellitorine was the most active compound so far within this study against P. falciparum (IC50 = 3.3 µg/mL), while 8,9-Z-dehydropellitorine was most active against T. b. rhodesiense (IC50 = 2.0 µg/mL).
The activity of pure pellitorine against Plasmodium is higher than that of the crude extract and thus explains the activity of the latter. None of the isolated alkamides, however, was as active against T. b. rhodesiense as the crude extract whose antitrypanosomal activity must
therfore be due to a synergistic effect of the isolated compounds or to more active yet to be identified constituents. 

A. ptarmica, unlike its relative A. millefolium, has not been reported to contain sesquiterpene lactones. Its main constituents, besides some essential oil [8] and flavonoids [9], are known to be alkylamides (“alkamides”), i.e., carboxamides of olefinic and polyynic carboxylic acids with various amine components [10,11]. Such carboxamides have previously been reported to possess local anaesthetic and insecticidal [10,12] as well as anti-inflammatory and immunomodulating [13 activities. The major aim of this work was therefore to identify the chemical constituents responsible for the antiprotozoal activity. 
8. Kuropka G.; Neugebauer, M.; Glombitza, K.W. Essential Oils of Achillea ptarmica. Planta Med.1991, 57, 492–494.
9. Valant-Vetschera, K. Flavonoid diversification in Achillea ptarmica and allied taxa. Biochem. Syst. Ecol. 1985, 13, 15–21.
10. Kuropka, G.; Koch, M.; Glombitza, K.-W. Säureamide aus Achillea ptarmica (Acid amides from Achillea ptarmica). Planta Med. 1986, 244–245.
11. Kuropka, G.; Glombitza, K.W. Further Polyenic and Polyynic Carboxamides and Sesamin from Achillea ptarmica. Planta Med. 1987, 53, 440–442.
12. Greger, H. Alkamides: Structural Relationships, Distribution and Biological Activity. Planta Med. 1984, 50, 366–375.
13. Woelkart, K.; Bauer, R. The role of alkamides as an active principle of Echinacea. Planta Med. 2007, 73, 615–623. 



"Composition of the EOs of any particular plant can be dependent on what part of the plant is used: flowers, green parts (leaves and stems), bark, wood, whole fruits, pericarp or seed only, or roots (Novak, Draxler, Gohler, & Franz, 2005; Olawore, Ogunwande, Ekundayo, & Adeleke, 2005). Kuropka, Neugebauer, and Glombitza (1991) demonstrated that in Achillea ptarmica the mono-terpenes were found in very small amounts in oils from the green parts and roots, while high levels were found in EOs from the flowers. Essential oils are thought to be produced by plants in response to stressors and therefore the conditions of growth may affect the yield and content of EOs (Theis & Lerdau, 2003). "

"This compound showed antifungal activity against Aspergillus niger and Aspergillus ochraceus. Three ponticaepoxides (75–77) were isolated from the roots of Achillea ptarmica [147] and from the Anthemideae family: genus Artemisia (31 species), Chrysanthemum tchihatchewii, Chrysanthemum serotinum, Chrysanthemum uliginosum, and Chrysanthemum myconis [8,10,148149150. Water and ethanol extracts of crushed leaves of Oplopanax elatus (Oplopanax horridus or Oplopanax japonicus) showed antitumour effects against human lung, pancreas, and stomach neoplasms [151] . "



Achillea ptarmica basic info
Scientific Name: Achillea ptarmica L..
Family: Compositae.
Genus: Achillea.
Common names in English: sneezewort.
For common names of Achillea ptarmica in different languages - See link
Description: Achillea ptarmica (sneezewort, sneezeweed, bastard pellitory, European pellitory, fair-maid-of-France, goose tongue, sneezewort yarrow, wild pellitory, white tansy) is a European species of herbaceous perennial flowering plant in the genus Achillea. It is widespread across most of Europe and naturalized in scattered places in North America. - for more info about Achillea ptarmica See link

Ethnobotanical and folk medicinal uses of Achillea ptarmica
  • Ache(Head)
  • Anodyne
  • Astringent
  • Hemostat
  • Sialogogue
  • Sternutatory
  • Tonic
*The information in this list is based on the ethnobotanical data in Dr. Duke's Phytochemical and Ethnobotanical Databases.
Dr. Duke does not recommend using this information for self diagnosis or self medication. 

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/41536-wilde-bertram-oude-glorie.html
Comments