Franekeradeel, democratie vakmanschap en het ontlabelen van geld

Govert D. Geldof 



Franeker en omgeving


Franekeradeel is een prachtig gebied met veel potentie, waar mensen wonen en werken met een hoog arbeidsethos. Toen ik tijdens de renovatie van ons dak aan een werknemer vroeg naar de prijsstelling, die aanzienlijk lager is dan wat we gewend waren in Bathmen (Overijssel), stelde hij: "Wij werken hier harder en verdienen minder." In Franeker zelf wordt veel geklaagd van "het is niks en het wordt niks", wat deels een masker is (zo heb ik geleerd van straatcabaret Sjlocht), en in de dorpen tref je een enorme dynamiek aan, waarbij ik soms de indruk heb dat er meer verenigingen en organisaties zijn dan inwoners. Aan denkkracht en enthousiasme ontbreekt het niet. Maar het lijkt alsof de politiek hieraan voorbij gaat. Deze is vooral bezig met zichzelf.

Democratie en visie


De basisgedachte achter het liberale van D66 is dat je uit moet gaan van de kracht van de mens. De mensen die wonen en werken in je gebied vormen het vertrekpunt. En met visie - de vereniging van logos, pathos en ethos - wendt je die krachten aan om de kwaliteit van de samenleving te vergroten. Dat is een krachtiger democratisch principe van "de meerderheid heeft gelijk" of zoals de populisten het verwoorden: "wat de burger zegt, dat moeten we doen." Zonder visie en ideaal vervalt het liberale tot het "ikke, ikke en de rest kan stikke" fenomeen waarmee de VVD zich manifesteert, een heilig geloof in de marktwerking die pas op gang komt als we 130 km/uur op de autosnelweg mogen rijden.

Een visie is niet statisch, maar adapteert aan hoe de maatschappij zich ontwikkelt, want op dogma's zitten we niet te wachten. Een goede visie ontsluit energie bij mensen. Ik heb twee punten waarop ik denk dat we als D66 in het huidige tijdgewricht effect kunnen hebben. Deze wil ik graag in de groep gooien. De twee punten zijn: (1) vakmanschap waarderen en vergroten en (2) het ontlabelen van geld.
Vakmanschap waarderen en vergroten

Dit eerste punt is echt iets voor onze gemeente en sluit aan op het punt waar D66 zich op manifesteert: het onderwijs. We koppelen onderwijs vaak aan scholen, waarop je als gemeente slechts in beperkte mate invloed hebt, maar een mens blijft leren. En daar richt zich dit punt op. Werk is belangrijk in onze maatschappij. Het bepaalt in belangrijke mate ons gelukt zijn. Kun je in je werk je ei kwijt? Maak je iets waar je trots op bent en om gewaardeerd wordt? Blijf je hangen of ontwikkel je jezelf? Als iemand goed is in z'n werk, duiden we dat aan als vakmanschap. 

Vakmannen en vakvrouwen doen niet alleen wat ze moeten doen, maar overstijgen dit. Ze voegen iets van zichzelf toe waardoor het meer waarde krijgt. Dat geldt voor iedereen: een timmerman, een verpleegster, een leraar, een huisvrouw of huisman, een boer, een winkelier, een handelaar, een kapper, een vakkenvuller in de supermarkt, een arts, een adviseur, een manager, een raadslid, een vrijwilliger in de zorg, een voetbalcoach, een kunstenaar, etc.


De laatste 20 à 30 jaar is het vakmanschap onder druk komen te staan. Dat heeft veel te maken schaalvergroting en moderne vormen van management die mensen dwingen binnen de piketpaaltjes van de 'core business' hun functie uit te voeren. Daarop wordt gestuurd via de principes van controle en beheersing. Kleine bedrijfjes ontsnappen daaraan, maar een deel daarvan delft wel het onderspit. Vakmensen hebben wat we in het Engels noemen 'tacit knowledge' - letterlijk vertaald: stilzwijgende kennis - en die is de laatste decennia gemarginaliseerd. Als gevolg van het onderdrukken van de 'tacit knowledge' zien we drie reacties op het persoonlijke vlak: (1) mensen voegen zich ernaar, (2) ze gaan in de schaduw van hun organisatie 'stiekem' dingen doen waarvoor ze zich verantwoordelijk voelen en (3) ze raken overspannen en zitten ziek thuis. Die laatste groep is erg groot. Ook zie je dat bedrijven die het in de crisis moeilijk krijgen vooral de mensen met 'tacit knowledge' ontslaan, omdat dit vaak dwarse en eigenzinnige mensen zijn.

Het opnieuw waarderen en versterken van vakmanschap - en dus ook 'tacit knowledge' - heeft een krachtige politieke dimensie, want het legt prioriteit van de overheid bij activiteiten die hieraan meewerken. Wat er aan geld is, komt daar met voorrang terecht. Als je het stempel 'regio voor vakmanschap' opgedrukt krijgt, trekt dat andere mensen aan, vooral ondernemers.

Vakmanschap is een waarde voor iedereen... ook voor ambtenaren. In de gemeente Bernheze is voor wegbeheer een weg ingeslagen waarbij vakmanschap niet het sluitstuk is, maar het uitgangspunt... het vertrekpunt. Dat heeft geresulteerd in een reductie van de kosten van € 650.000,-- per jaar naar € 400.000,-- per jaar. Dat is echte winst, want de wegen liggen er nog steeds goed bij en de beheerders in het veld krijgen meer waardering. De weg ligt open naar andere vormen voor het beheer van water, riolering, groen, etc.

In de praktijk zien we al mooie voorbeelden van hoe je de basis voor vakmanschap en werkgelegenheid kunt vergroten, zoals de Bildtse campus. Daar werken al vier gemeenten samen... maar nog geen Franekeradeel. Er zijn veel meer initiatieven denkbaar, vooral in een stad die tot 1811 een eigen universiteit had.

In Franekeradeel is nog veel van de economie verbonden met landbouw. En boeren zijn ondernemers. Velen zijn bereid om na te denken over andere en schonere producten, waarbij het microbiome van de bodem niet wordt aangetast, maar in het verleden zijn ze gevangen in het systeem van schaalvergroting en productieverhoging. Dat lukt alleen met kunstmest en gewasbescherming. Ze voelen de banken in hun nekken hijgen. Veel boeren - niet alle - willen weer echt boer zijn en invulling geven aan vakmanschap. Maar de weg in de andere richting, waar ze steeds meer manager worden, lijkt onomkeerbaar.


Het ontlabelen van geld


Het tweede punt is vrij fundamenteel en kan zeker niet alleen door een gemeente als Franekeradeel alleen worden opgepakt. Maar het is oh zo nodig, zeker nu de bomen niet meer tot in de hemel groeien. Tot aan wat we nu de crisis noemen had de overheid twee teugels om mee te sturen: de regels en de pegels. De rijksoverheid stelde beleid op en de medeoverheden moesten dit implementeren. Daarvoor kregen ze een zak met geld mee. Bedrijven en medeoverheden konden ook subsidiepotten aanwenden. Al dat geld was gelabeld aan een stukje beleid.

We kunnen nu stellen dat het systeem van de regels en de pegels tot stilstand is gekomen. Er is geen extra geld meer en de juiste maatregelen kunnen niet meer via generieke regels worden afgedwongen. In de lokale context moeten slimme combinaties worden gemaakt. De rijksoverheid ziet dit en zet dan ook decentralisatie bovenaan op het lijstje van haar operationele beleid en drukt steeds meer taken en verantwoordelijkheden in de richting van vooral gemeenten. Subsidiariteit noemen ze dat. Op zichzelf juist. Ook worden steeds meer taken naar 'de burger' zelf geschoven, onder het mom van de participatiesamenleving. Ook dat is goed. De potentialiteit van mensen moet je zo goed mogelijk benutten. Dat is geloven in de kracht van de mens. Maar... als je daadwerkelijk aan de slag gaat en op zoek gaat naar slimme combinaties - iets moois voor elkaar krijgen in plaats van alleen toetsen aan regels - dan blijkt dat alle geldpotjes op slot zitten. Projecten met slimme combinaties voldoen nooit aan de condities die gelden voor het aanspraak maken van een geldpot, omdat de condities zijn verankerd in een heel klein stukje beleid, verbonden met één ministerie, of zelfs één DG binnen een ministerie. Bijvoorbeeld: sommige middelbare scholen zijn qua programmering zover dichtgetimmerd dat er gewoonweg geen ruimte is voor ondernemers die een extra dimensie willen toevoegen aan het onderwijs.

Als gemeenten samenwerken en het discours op gang brengen om de geldpotjes te ontlabelen, zonder dat er een wildwest ontstaat, komt er ruimte voor ontwikkeling. Dit lijkt mij een echt D66 onderwerp, omdat het labelen van geld geworteld is in een diep wantrouwen tegen mensen. Een gezond wantrouwen is OK, zo ook controle, maar in het huidige systeem zit alles teveel op slot.

Wat betekent dit?

Als je deze twee punten als speerpunt voor D66 zou inbrengen, betekent dit dat je niet alleen reageert op agendapunten, maar ook agendeert. De ervaringen in de gemeente Bernheze leren dat vooral een onderwerp als vakmanschap politieke verschillen overstijgt.

Dat is vrij essentieel voor een kleine partij, want als het politieke veld sterk verdeeld is, krijg je niets voor elkaar. Dan wordt je weggedrukt door de grotere partijen. In Bernheze is adaptief wegbeheer ingebracht door de SP, maar alle andere partijen gaan mee - zelfs het CDA dat in de oppositie zit - want wie is nu tegen meer kwaliteit voor minder geld?

Vakmanschap


Stel, je zet in Franekeradeel adaptief beheer op het menu, wat veel scherper is dan 'Shared Space', dan kun je echt iets binnenhalen als partij. Je kunt jezelf ermee profileren. "Als je D66 zegt, dan zeg je vakmanschap." Het zal niet eenvoudig zijn, maar daarvoor is de politiek ook niet ontwikkeld. De kunst is om een goede relatie met de pers op te bouwen rond dit onderwerp. Ik denk ook dat als je het nadrukkelijk in je verkiezingsprogramma zet, dat je in ieder geval een punt hebt dat andere partijen er (nog) niet op hebben staan.

Je hebt dan een voor het folderen op straat een mooi onderwerp voor een gesprek. Vraag maar eens aan mensen: (1) wat voor werk doet u? (2) hoe wordt door uw werkgever met vakmanschap omgegaan? en (3) wat vindt u dat moet gebeuren? Dan krijg je dialoog. We zullen voorbeelden tegenkomen waar het goed geregeld is, maar door de bank genomen zijn mensen het flink beu.


En nu Vooruit!