Deel 1 De serie

De Mercedes W124

De Mercedes-Benz W124 – de eerste serie waarin de aanduiding E-Klasse zijn intrede deed – vierde in 2009 zijn 25e verjaardag. En die mocht niet ongemerkt voorbij gaan. Immers: in de W124 was de auto waarin 4MATIC vierwielaandrijving debuteerde en de 500 E was de eerste Limousine in de hogere middenklasse die kon worden geleverd met een V8-motor. Maar de W124, die tot 1997 in productie bleef, dankt zijn sterke reputatie ook aan de diverstiteit van de modellijn én aan zijn legendarische betrouwbaarheid. En dus is het niet verwonderlijk dat juist de modellen uit deze lijn nu al veelgezochte Youngtimers zijn.

De Mercedes-Benz W124 maakte zijn debuut als Limousine. Dat gebeurde in november 1984 in Sevilla (Spanje). De W124 viel in eerste instantie op door zijn markante uiterlijk, dat naadloos aansloot op dat van de zeer succesvolle 190-reeks. Ook onderhuids waren er belangrijke parallellen met dat model. Zo maakte de W124 eveneens gebruik van ‘high-strength’ staalsoorten en diverse (andere) gewichtsbesparende materialen. Zoals gebruikelijk ging dat niet ten koste van de veiligheid. Integendeel: de W124 was het eerste model van Mercedes-Benz dat in de aanloop naar productie niet alleen fysieke crashtesten onderging, maar ook werd onderworpen aan computersimulaties van ongevallen. Dit leidde niet alleen tot een zeer stijve en dus veilige ‘passagierscel,’ maar ook tot ingenieuze kreukelzones én een voetganger-/fietservriendelijk ontwerp van de voorkant van de auto.

Elegante en aerodynamica

Het ontwerp van de W124 was van de handen van Bruno Sacco, Joseph Gallitzendorfer en Peter Pfeiffer. De lijnvoering was (en is) markant en tijdloos. De zeer gunstige Cw-waarde (tussen 0,29 en 0,32) leverde een belangrijke bijdrage aan indrukwekkende verlaging van het gemiddelde vebruik ten opzichte van de voorgangermodellen (W123). Opvallend aan het design van de W124-modellen was bovendien dat een (viercilinder) 200 D nauwelijks afweek van bijvoorbeeld een 300 E (zescilinder). Slechts twee details maakten het verschil: de zescilinder-modellen beschikten over een (goed verborgen) dubbele uitlaat en de 300 D en de modellen met airconditioning (toen nog een extra…) waren te herkennen aan hun luchtinlaten met louvres in de voorbumper. Een opmerkelijk detail was de toepassing van een panoramische ruitenwisser. Deze bewoog over een excentrische nok en wist zodoende 86% van de voorruit schoon te houden – een record in die tijd.

De praktische Estate

De W124-reeks kenmerkte zich door een grote variatie aan carrosserievarianten. In september 1985 werd de extra ruime en praktische Estate geïntroduceerd. Deze volgde uiteraard de stijl van de Limousine; afhankelijk van de motorisering liet hij een Cw-waarde tussen 0,34 en 0,35 voor zich noteren. De S124 (destijds: T-model) was zijn tijd ver vooruit op het gebied van veiligheid. Dat kwam onder meer tot uiting in de innovatieve vorm en plaatsing van de benzinetank. De Estate was leverbaar met dezelfde motoren als de Limousine, maar hij was er ook als 300 TD TURBO. In die uitvoering beschikte hij over een 105 kW sterke turbodieselmotor.

De elegante Coupé

In maart 1987 werd de W124-reeks verblijd met de komst van een uitermate elegante Coupé. Dit model dankte zijn geheel eigen (sportieve) voorkomen onder meer aan de (ten opzichte van de Limousine) 8,5 cm ingekorte wielbasis. Ook het ontbreken van B-stijlen droeg bij aan het unieke karakter. Het ontbreken van die B-stijl werd gecompenseerd door de A-stijlen te versterken en door nog meer gebruik te maken van extra sterke staalsoorten. Een ander Coupé-typisch stijlelement was de toepassing van kunststof carrosseriedelen met geïntegreerde skirts. Deze werden in een contrasterende kleur gespoten en zorgden zo voor een uniek visueel effect.

Volop open: de A124 Cabriolet

In 1992 ging de 300 CE-24 Cabriolet in productie en daarmee was er na 20 jaar eindelijk weer een vierzits open auto in de hogere middenklasse beschikbaar. De A124 Cabriolet had de Coupé als basis, maar er waren ten opzichte van dat model meer dan 1.000 componenten gewijzigd om de stijfheid van het koetswerk te garanderen. Zo was de A-stijl nogmaals versterkt en achter de achterstoelen waren twee ijzersterke rolbeugels onzichtbaar weggewerkt. Bij een ongeval kwamen (en komen) deze volautomatisch (in 0,3 s) naar buiten. De sofftop van de A124 Cabriolet is een kunststukje op zich. Zo beschikt hij over een verwarmde achterruit van veiligheidsglas en is hij gevat in een dubbel uitgevoerd frame. De aansluiting met de kap is daardoor naadloos en het zicht naar achteren optimaal.

Speciale gevallen en gelegenheden

Ook de W124-reeks vormde weer een perfecte basis voor een breed scala aan speciale voertuigen. Hij was in goede Mercedes-Benz-traditie ook leverbaar als chassis met een gedeeltelijk koetswerk; een perfect startpunt voor de bouw van een ambulance of een lijkwagen. Vanaf 1989 was er ook een W124 Limousine met lange wielbasis (+ 80 cm) en zes portieren. Dit in samenwerking met Binz ontwikkelde model was er als 250 D en als 260 E.

Een historie vol hoogtepunten

Zoals het een Mercedes-Benz betaamt, bleek ook de W124 weer trendsettend op diverse vlakken. In deze reeks debuteerde bijvoorbeeld het automatische, elektronisch aangestuurde 4MATIC vierwielaandrijving-systeem (1985). Parallel hieraan bood Mercedes-Benz het zogenaamde ‘dynamic handling concept’ aan. Hierin waren een elektronisch sperdifferentieel (ASD) en antidoorslipregeling (ASR) inbegrepen. Al deze systemen kregen informatie via sensoren van het ABS. In 1985 debuteerde ook de geregelde driewegkatalysator. Vanaf 1986 was deze standaard op alle modellen – inclusief het 200-model met carburateur.

De historie van de W124 is er ook een van continue technische ontwikkeling en verfijning. Zo werden de 300 D TURBO-modellen in ’87 leverbaar in combinatie met 4MATIC, in 1987 verscheen de 200 E met injectiemotor en de vijfcilinder 250 D. In 1988 kregen de vijf- en zescilinder dieselmodellen een nog efficiëntere verbranding dankzij een gewijzigd inspuitsysteem en in datzelfde jaar werden zaken als ABS en een rechter buitenspiegel met verwarming standaard op alle modellen. In 1989 werden de viercilinder dieselmotoren voorzien van een gewijzigd inspuitsysteem met lagere emissiewaarden tot gevolg. Dit effect werd nog eens versterkt door het beschikbaar komen van uitlaatgasrecirculatie in combinatie met een oxidatiekatalystaor (optioneel vanaf 1990).

De modelwijziging van 1989

In 1989 voerde Mercedes-Benz een ingrijpende ‘Modellpflege’ door. Alle W124 modellen kregen (zoals de Coupé) kunststof flankbescherming – onder de liefhebbers ‘Sacco-Bretter’ genoemd – en het interieur werd vernieuwd. De Limousine de Coupé en de Estate konden vanaf dat moment ook worden geleverd met de 3,0-liter zescilinder 24V-motor met variabele nokkenastiming. In deze modellen leverde de motor een vermogen van 162 kW.

500 E

De inmiddels legendarische 500 E debuteerde in oktober 1990 op de autotentoonstelling van Parijs. Dit nieuwe topmodel was de eerste E-Klasse met een achtcilinder motor. Afgezien van de uitgeklopte wielkasten, de 16-inch lichtmetalen velgen, mistlampen in de voorbumper en de verlaagde koets, onderscheidde de 500 E zich amper van de andere W124-modellen. De vijfliter V8 met 240 kW zorgde echter voor ongekende prestaties zoals een top van 250 km/h (begrensd) en een ‘0-100’ in 5,9 s. De 500 E had standaard ASR en hydropneumatische vering achter.

2.000.000

In juni 1992 bereikte de productie van de W124 een belangrijke mijlpaal: het tweemiljoenste exemplaar liep van de band. Enkele weken later onderging de reeks een tweede facelift. Daarbij lag de nadruk op de motoren en een uitbreiding van de standaarduitrusting. Alle benzinemotoren schakelden bijvoorbeeld over op vier kleppen per cilinder. De standaarduitrusting werd uitgebreid met onder meer airbags, centrale vergrendeling, elektrisch verstelbare buitenspiegels en een vijfversnellingsbak voor de viercilinder-modellen. Nieuw in het gamma was de 400 E met 4,2-liter V8 (205 kW).

De eerste E-Klasse

Vanaf 1993 ging de W124-reeks door het leven als E-Klasse. Daarmee liep deze modellijn in de pas met bijvoorbeeld de S-Klasse en de kort daarvoor geïntroduceerde C-Klasse. Net als bij deze modellen volgden op de letter drie cijfers, die betrekking hadden op de cilinderinhoud. De afkortingen D en TD werden vervangen door het voluitgeschreven ‘Diesel’ en ‘Turbodiesel.’ De nieuwe naamgeving ging gepaard met enkele uiterlijke wijzigingen. Zo beschikten de E-Klasse modellen voortaan over een in de motorkap geïntegreerde grille waarbij de ster een plaatsje op de motorkap kreeg. De knipperlichten vóór bevonden zich vanaf dat moment achter blank glas. Bovendien werd de vorm van achterklep en bumpers licht gewijzigd. Rond dezelfde tijd verscheen de E 60 AMG met een 280 kW pk sterke zesliter V8-motor als nieuw topmodel ten tonele. Diverse carrosserievarianten werden leverbaar als E 36 AMG met een 200 kW pk sterke zescilinder.

Einde productie in 1995, nu een youngtimer

In juni 1995 presenteerde Mercedes-Benz de opvolger van de W124: de W210-reeks. De W124 Limousine ging tussen juni en augustus 1995 uit productie. De Estate werd nog tot en met 1996 gemaakt en de laatste Cabriolet kwam in 1997 van de band.

In totaal werden 2.555.861 W124-modellen geproduceerd. De productieaantallen van de verschillende modellen op een rij:

• Limousine: 2.058.777 exemplaren

• Estate: 340.503

• Coupé: 141.498

• Cabriolet: 6.343

• Limousines met lange wielbasis: 2.342

• Chassis met gedeeltelijke carrosserie: 6.398

25 jaar, 35%

Met het bereiken van de 25-jarige leeftijd is de W124 officieel een Youngtimer of Young Classic. Dat komt ook tot uiting in de nieuwe Young Classics-afdeling in het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart. Hier zijn prachtige (toekomstige) klassiekers waaronder diverse W124-modellen te huur én te koop. Op dit moment omvat het aanbod onder andere een tot in de puntjes verzorgde 200 E, een vlekkeloze 300 TE en een ravissante 300 CE Cabriolet. Het actuele overzicht is altijd te vinden via www.mercedes-benz-classic.com.

De aanschaf van een dergelijke auto is in meer opzichten een slimme investering. Dankzij de zeer hoge bouwkwaliteit en de innovatieve technologie is de W124 ook vandaag nog een betrouwbare, comfortabele én tijdloos representatieve metgezel. En dat is iets waar slimme ondernemers van kunnen profiteren. Auto’s van 15 jaar en ouder komen namelijk in aanmerking voor het nieuwe bijtellingtarief van 35%, maar dan wel over de dagwaarde van de desbetreffende auto. Voor een goede W124 met een dagwaarde van bijvoorbeeld € 10.000 – bedraagt de jaarlijkse bijtelling dus slechts € 3.500/jaar.

Bron: Mercedes-Benz