Pagina's‎ > ‎

Trektelling 2010

               Trektelpost Maatheide:

                   Korte impressie van trektelseizoen 2010

         2010 werd voor trektelpost Kristallijn/Maatheide een prachtig en afwisselend jaar, met meer uitschieters dan tegenvallers.  Een verademing ten opzichte van 2009,
         waarin met name de zichtbare najaarstrek relatief zwak was. Met 1235 uren was de telpost zeer goed en regelmatig bezet: 495 uren vielen in het voorjaar, 740 in het najaar.
         Hiermee was Maatheide voor het tweede achtereenvolgende jaar de op één na best bezette telpost van West-Europa. We konden terugvallen op een vaste kern van circa 10
         personen, die minstens 2 à 3 keer per week tijdens de piektrek aanwezig waren, aangevuld met tal van regelmatige bezoekers. Hier volgt een korte impressie van hun resultaten:

Opvallend waren o.a.:

2 Jan Van Genten, 1 Rotgans, 142 Grote Zilverreigers, 3 Kleine Zilverreigers, 6 Purperreigers, 1 Lepelaar, 3 Zwarte Ooievaars, 188 Ooievaars, 8 Eiders, 1 Topper, 1 Zeearend, 1 Schreeuwarend, 1 Slangenarend,
1902 Buizerden, 5 Ruigpootbuizerden, 3 Roodpootvalken, 22 Kluten, 14 Morinel-plevieren, 2 Rosse Grutto’s, 147 Groenpootruiters, 1 Kleinste Jager en 1 jager spec., 1 Reuzenstern, 193 Zwartkopmeeuwen, 3 Velduilen, 134.563 Houtduiven, 72 Grote Bonte Spechten, 39 Duinpiepers, 2 Roodkeelpiepers, 1 Grote Pieper, 1 Engelse Kwikstaart, 1 Strandleeuwerik, 155 Beflijsters, 4 Witkopstaartmezen, 5 Buidelmezen, 6 Klapeksters, 2.559 Gaaien, 1 Raaf, 1 Bonte Kraai, 11.649 Kepen, 152 Appelvinken, 14 IJsgorzen, 3 Ortolanen.
 
Twee Jan Van Genten (3 april) zover landinwaarts is een unicum. Hetzelfde geldt voor het groepje van 8 Eiders op 25 september. Het betreft alweer de tweede waarneming van deze zeegebonden soort boven dit gebied, en in dezelfde periode. De Grote Zilverreiger liet een sterke toename zien, met op 6 oktober zelfs een groep van 18 stuks overtrekkend. Zeker voor huidige begrippen was een groep van 16 Zomertalingen op 13 maart zeer verrassend.

Maar 2010 werd vooral voor prooivogels een uitzonderlijk jaar, met zeer sterke Buizerdtrek (topdag 1 oktober met 412 ex.), in hun slipstream maar liefst 5 Ruigpootbuizerden, en als krenten een Zeearend op 27 maart, een Schreeuwarend op 22 september en een drietal Roodpootvalken. De Slangenarend die op 27 augustus boven de vlakte hing betrof vermoedelijk het ex. dat toen al enige tijd op de Militaire Domeinen bij Meeuwen pleisterde. De Rode Wouw deed het met 34 ex. niet slecht, 10 Zwarte Wouwen was daarentegen zeer mager. Oktober was met 44 ex. erg goed voor Smellekens. In totaal werden er 76 geteld, waarvan maar liefst 16 ex. op 16 oktober.
 
(Smelleken op trek, Pieter Cox)

In het voorjaar was de sterke doortrek van Beflijsters vemeldenswaardig, met 62 ex. op 19 april als dagrecord. Deze soort was in de herfst dan weer juist ondervertegenwoordigd. Het najaar kende als bijzondere fenomenen de prachtige trek van Gaaien (eerste influx sinds 2004), de doortrek van zuivere Witkopstaartmezen, uitzonderlijk vroege doortrek van IJsgorzen, veel Appelvinken met 84 ex. op 29 oktober als climax en bovengemiddelde trek van Grote Bonte Spechten en Kepen. Ook Goudplevieren kwamen meer (en over een veel langere periode) door dan in andere jaren. Binnen de categorie massale trek vielen de 135.000 Houtduiven en ruim 98.000 Vinken. Het aantal Duinpiepers en Morinel-plevieren lag specifiek voor dit gebied op een vrij normaal niveau. De aantallen van Veldleeuwerik, Blauwe Kiekendief, Zwarte Stern, Zomertortel en Huiszwaluw bleven relatief laag en Sneeuwgorzen en Grauwe Kiekendieven ontbraken zelfs voor het eerst sinds jaren op het appèl. In het najaar lieten de Kraanvogels het hier helaas afweten.

In augustus, september en oktober vonden vrij frequent ringvangsten plaats in de natte zuidoosthoek (Blokwaters) van het gebied, op een steenworp afstand van de telpost.
Deze activiteiten van Karel en Andy Van Endert maakten voor ons voor het eerst ook de nachtelijke trek zichtbaar. De resultaten waren zeer verrassend en leidden tot een
verdere opwaardering van Maatheide als belangrijke trekroute. Vermeldenswaardig zijn o.a.: 6 Draaihalzen, 12 Rietzangers, 1 Waterrietzanger, 3 Braamsluipers, 1 Grauwe Klauwier, 1 Sperwergrasmus en 1 Bladkoning.
 

(Draaihals, Pieter Cox)
 
Conclusie:
2010 werd voor de trektellers op Maatheide een onvergetelijk jaar, met veel hoogtepunten, voor veel soorten opmerkelijke aantallen en met 168 verschillende soorten een grote diversiteit. Deze resultaten zijn natuurlijk vooral te danken aan de sterke bezetting van de telpost, door tellers die over steeds meer ervaring en routine beschikken. Maar ook de unieke ligging aan een vlakte tussen de Kempense merenketen en de bebouwde kom van Lommel (stuwend effect) spelen hier voor een flink stuk in mee. Hoelang zullen we onze hobby hier echter nog kunnen beoefenen, nu de zandontginningen zich in een versneld tempo voltrekken en we de vlakte snel kleiner zien worden! Telpost Kristallijn/Maatheide lijkt gedoemd een legende te worden, waar trektellers in de toekomst met weemoed aan terug zullen denken.

TOON JANSEN en LEX PEETERS

                                       
      
 
                                                                    (Buizerd op trek, Pieter Cox)                                
               (Buizerden op trek, Pieter Cox)                                       (Morinelplevier ingevallen, Pieter Cox)
Comments